woensdag 24 april 2013


20 april

Nog steeds  zwaar bewolkt en we besluiten van de camping weg te gaan. Mijnheer Ahmet is niet blij. We gaan richting Goreme openluchtmuseum. Het wemelt er van de mensen, dus wij rijden wat door en gaan daar een kleine kerk bezoeken die in het tufsteen is uitgehouwen. We krijgen daar ook thee. Dan gaan we naar Urgup waar we de “feeën schoorstenen” zien. Het blijkt in dit zeer toeristische dorp ook weekmarkt voor de bevolking te zijn en ik koop daar allerlei groenten. Verderop in Mustafapasa (een oud Grieks dorp) gaan we  nog een eindje wandelen. Het weer is heel redelijk, maar wel koud. Tegen 16.00 uur gaan we richting Malatya. We rijden in slecht weer over een B weg die in eerste instantie heel goed is, maar die later vreselijk slecht wordt. Tegen 19.00 uur rijden we een heel arm dorpje (Saraycik) in en komen bij het laatste huisje, waar het lijkt of we al opgewacht worden. Vader, moeder en dochter staan al buiten en we mogen daar staan maar we moeten eerst binnen komen. De kachel brandt lekker en er staat een soort grote taart te bakken op de houtkachel. Er wordt thee gezet en na een half uur komt er een klaptuintafel en wordt er van alles voor ons neergezet. De donkerbruine cake heeft wel onze voorkeur, maar op een gegeven moment komt er een soort dun deeg op tafel en daar moeten iets opdoen en dan oprollen . Het blijkt een soort eimengsel te zijn. Heerlijk.
Verder staat er nog brokkelkaas , honing en een soort pindasausje, deze twee worden samen gegeten. De communicatie verloopt vrij moeizaam, we vermoeden dat Ibrahim en Harache (dat verstaan we) analfabeet zijn , maar met ons woordenboekje en dochterlief komen we iets verder. Op de televisie zie ik Turkse volksdans en ik ga bijna mee doen. Dat vinden ze leuk. Op een gegeven moment willen we wel weg en na nog een kop thee staan we op en bedanken in het Turks (!!!) We zeggen dat we gaan slapen. Binnen zitten we nog een tijdje te overleggen  en gaan tegen 12 uur naar  bed. Dan blijkt Dick zijn bed helemaal nat door een lekkende waterfles. We maken het zo goed mogelijk droog en met behulp  van een paar droge dekens slaapt hij toch nog redelijk.

21 april

Als de familie  maar iets gerommel horen in de camper wordt er op de deur geklopt en moeten we komen ontbijten met gekookte eieren  en verder hetzelfde als gisteren. En passant wordt er door moeder gevraagd of de dochter mijn fleece Jasje mag hebben. Ik ga in de camper een ouder exemplaar zoeken want aan dat  ik aan heb ben ik erg gehecht. Na de zoveelste kop thee, kunnen we gaan.  Ze staan ons uit te zwaaien zelfs als we al boven langs het dorp rijden.
We willen vandaag de hele dag rijden omdat we toch hebben gepland helemaal naar het oosten, de grens met Iran, Armenië en Georgië te bekijken.  De weg is slecht ( en soms eng) maar prachtig. Het is helder en redelijk zonnig maar wel koud. We zijn omgeven door besneeuwde bergen en komen zo op 1990 meter dat we de sneeuw kunnen aanraken. Het is vandaag zondag en er wordt overal gewerkt in de winkels, op het land en aan de weg. Via Goksun, Elbistan  richting Golbasi. Dan zien we een prachtig natuurfenomeen, heel bijzondere bergen. Al met al echt genieten. Tegen 17.30 uur komen we aan in Adiyaman, een vrij grote stad  en vinden meteen een mooi parkeerterrein naast een restaurant. IK ga ouderwets doperwtjes doppen en daar bij eten we het vlees dat mij gisteren is aanbevolen door twee slagers bij de Migros. We gaan nog even koffie en thee drinken in het restaurant.

22 april

We slapen geweldig, geen imam en geen hanengekraai. We gaan op weg naar de Nemrut Dagi (de berg Nemrut. Aangekomen in Katha worden we gemaand tot stoppen door een onguur uitziende meneer, maar hij is wel aardig en zegt dat we met onze camper beslist niet de berg op kunnen want er ligt nog veel sneeuw op de weg. Hij brengt ons naar een zogenaamd  Toeristenbureau, waarbij  “toevallig” ook  een camping (Kommagenen Camping) is. Daar kunnen we een excursie boeken naar de berg. We wachten nog even af en gaan eerst de was doen omdat het heel mooi weer is. Het is jammer dat het weer volkomen omslaat, als de was net een kwartier hangt. Er komen grote hagelstenen naar beneden. De volgende verkeerde inschatting  is een ritje met een privéauto naar de berg (65 km verder)  voor 70 euro incl. entree om 15.30 uur  Na een uur komen we aan op 2100 meter hoog. Er ligt geen sneeuw op de weg. We blijken dan nog minstens een half uur te moeten lopen over een moeizaam stenen pad om de grote stenen hoofden boven op de berg te zien. We gaan dat niet redden. Er wordt ons aangeboden tegen betaling op een dikke ezel plaats te nemen, maar daar zien we maar van af. 40 min op de rug van een ezel zal in elk geval onze rug geen goed doen.
Het uitzicht is wel fenomenaal.  Onderweg terug naar Katha wordt het weer erg slecht maar Dick maakt mooie foto’s  onderweg. We zijn blij dat we niet op de berg staan met dat noodweer.  Maar wel jammer dat we de beelden waar het om ging niet gezien hebben. Op de camping hangt de was er nat bij en we gaan alles maar ophangen in de camper. Plotseling breekt er een gevecht uit tussen een ouder en een jonger iemand vlak voor onze camper. Het geeft niet echt een prettig gevoel. Er lopen ons ook teveel louche figuren rond op de camping. ’s Nachts ben ik heel vaal wakker en voel me niet erg prettig op de camping, de hele nacht auto’s en stemmen. Mijn verbeelding gaat een beetje met de op de loop, maar ik weet niet of ik er zo erg naast zit(???????)

 

23 april

 
We vertrekken vrij vroeg met een 5 centimeter dikke modderlaag onder onze schoenen en nadat we 10 lira hebben betaald. Dit is een nationale feestdag en kinderdag. We gaan naar( Sanli) Urfa. Onderweg stoppen we nog bij de Ataturk Dam.  Iedereen hier noemt de stad nog steeds Urfa. Sanli betekent glorieus en het voorvoegsel kreeg de stad in 1920 door zijn rol tijdens het verzet tegen de fransen. We zien geen volksdans, ook al doe ik op straat voor wat ik  bedoel(!!!!) Er komt een erg aardig jong echtpaar met kindje  op ons af. Zij is lerares en ze willen  graag met ons meelopen en voornamelijk haar engels oefenen zoals ze zelf aangeeft. Mijnheer gaat voor ons allemaal een flesje water halen en we lopen naar het eerste toeristenburo. Het is gesloten, het volgende 1 ½ km verder is ook gesloten waarschijnlijk vanwege de nationale feestdag. De lerares hoeft vandaag ook niet te werken en waarschijnlijk de helft van de bevolking niet.
Het is overvol. We worden de weg gewezen naar Golbasi en we vinden het. Het is er een drukte van jewelste, maar heel leuk. Er is een Vijver van Abraham en ook de geboortegrot van hem, kunnen we aanschouwen. Verder veel grasperken waar iedereen zit te genieten van de zon en meegenomen eten en drinken. Op de terugweg gaan we  naar de Kapali Carci ( de bazaar) die een onderkomen heeft in Osmaans bouwwerk, we zien ook enkele oude moskeeën. Om ongeveer 16.30 uur terug bij de camper en rijden de stad weer uit richting Siverek. Daar aangekomen zien we nergens een restaurantje, waar we zouden kunnen overnachten alleen twee Koerden (zoals ze zelf vertellen), maar er is hier niemand die Engels spreekt. We rijden maar verder en komen om 18.30 uur in de  grote stad Diyabakir aan , waar we niets kunnen vinden om veilig te staan. Alle flats en huizen zijn omheind met dikke muren , hekken en gesloten poorten met beveiliging. Hoe zou dat nou komen. Een poort is niet dicht en Dick praat met iemand die in de flat woont en die weer iemand belt (waarschijnlijk een soort huisbaas) en na veel vijven en zessen mogen we er staan, wel zo veel mogelijk licht uit en alarm aan. Lekker buurtje. Om 10.45 uur wordt er op de deur geklopt, ik schrik me een ongeluk. Dick gaat kijken en het blijkt de meneer van het telefoongesprek te zijn (Yusuf). Hij komt met tassen vol binnen waarin vlees, sla,komkommer, citroen, yufka (een soort deeglapjes) , saus, een doos koekjes en 2 gebakjes zitten. 
We zijn helemaal beduusd, want hij wil er niets voor hebben. We hebben gelukkig zijn adres. Ons idee van een onveilige buurt  is nu verandert in een aardige buurt met vriendelijke mensen!!!


 

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten