20 april
Nog steeds zwaar
bewolkt en we besluiten van de camping weg te gaan. Mijnheer Ahmet is niet
blij. We gaan richting Goreme
openluchtmuseum. Het wemelt er van de mensen, dus wij rijden wat door en gaan
daar een kleine kerk bezoeken die in het tufsteen is uitgehouwen. We krijgen
daar ook thee. Dan gaan we naar Urgup waar
we de “feeën schoorstenen” zien. Het blijkt in dit zeer toeristische dorp ook
weekmarkt voor de bevolking te zijn en ik koop daar allerlei groenten. Verderop
in Mustafapasa (een oud Grieks dorp)
gaan we nog een eindje wandelen. Het
weer is heel redelijk, maar wel koud. Tegen 16.00 uur gaan we richting Malatya. We rijden in slecht weer over
een B weg die in eerste instantie heel goed is, maar die later vreselijk slecht
wordt. Tegen 19.00 uur rijden we een heel arm dorpje (Saraycik) in en komen bij het laatste huisje, waar het lijkt of we
al opgewacht worden. Vader, moeder en dochter staan al buiten en we mogen daar
staan maar we moeten eerst binnen komen. De kachel brandt lekker en er staat
een soort grote taart te bakken op de houtkachel. Er wordt thee gezet en na een
half uur komt er een klaptuintafel en wordt er van alles voor ons neergezet. De
donkerbruine cake heeft wel onze voorkeur, maar op een gegeven moment komt er
een soort dun deeg op tafel en daar moeten iets opdoen en dan oprollen . Het
blijkt een soort eimengsel te zijn. Heerlijk.
Verder staat er nog brokkelkaas ,
honing en een soort pindasausje, deze twee worden samen gegeten. De communicatie
verloopt vrij moeizaam, we vermoeden dat Ibrahim en Harache (dat verstaan we)
analfabeet zijn , maar met ons woordenboekje en dochterlief komen we iets
verder. Op de televisie zie ik Turkse volksdans en ik ga bijna mee doen. Dat
vinden ze leuk. Op een gegeven moment willen we wel weg en na nog een kop thee
staan we op en bedanken in het Turks (!!!) We zeggen dat we gaan slapen. Binnen
zitten we nog een tijdje te overleggen en gaan tegen 12 uur naar bed. Dan blijkt Dick zijn bed helemaal nat
door een lekkende waterfles. We maken het zo goed mogelijk droog en met behulp van een paar droge dekens slaapt hij toch nog
redelijk.
21 april
Als de familie maar
iets gerommel horen in de camper wordt er op de deur geklopt en moeten we komen
ontbijten met gekookte eieren en verder
hetzelfde als gisteren. En passant wordt er door moeder gevraagd of de dochter
mijn fleece Jasje mag hebben. Ik ga in de camper een ouder exemplaar zoeken
want aan dat ik aan heb ben ik erg
gehecht. Na de zoveelste kop thee, kunnen we gaan. Ze staan ons uit te zwaaien zelfs als we al
boven langs het dorp rijden.
We willen vandaag de hele dag rijden omdat we toch
hebben gepland helemaal naar het oosten, de grens met Iran, Armenië en Georgië
te bekijken. De weg is slecht ( en soms
eng) maar prachtig. Het is helder en redelijk zonnig maar wel koud. We zijn
omgeven door besneeuwde bergen en komen zo op 1990 meter dat we de sneeuw
kunnen aanraken. Het is vandaag zondag en er wordt overal gewerkt in de
winkels, op het land en aan de weg. Via Goksun,
Elbistan richting Golbasi. Dan zien we een prachtig
natuurfenomeen, heel bijzondere bergen. Al met al echt genieten. Tegen 17.30
uur komen we aan in Adiyaman, een vrij
grote stad en vinden meteen een mooi
parkeerterrein naast een restaurant. IK ga ouderwets doperwtjes doppen en daar
bij eten we het vlees dat mij gisteren is aanbevolen door twee slagers bij de
Migros. We gaan nog even koffie en thee drinken in het restaurant.
22 april
We slapen geweldig, geen imam en geen hanengekraai. We gaan
op weg naar de Nemrut Dagi (de berg Nemrut. Aangekomen in Katha worden we gemaand tot stoppen door een onguur uitziende
meneer, maar hij is wel aardig en zegt dat we met onze camper beslist niet de
berg op kunnen want er ligt nog veel sneeuw op de weg. Hij brengt ons naar een
zogenaamd Toeristenbureau, waarbij “toevallig” ook een camping (Kommagenen Camping) is. Daar
kunnen we een excursie boeken naar de berg. We wachten nog even af en gaan
eerst de was doen omdat het heel mooi weer is. Het is jammer dat het weer
volkomen omslaat, als de was net een kwartier hangt. Er komen grote hagelstenen
naar beneden. De volgende verkeerde inschatting
is een ritje met een privéauto naar de berg (65 km verder) voor 70 euro incl. entree om 15.30 uur Na een uur komen we aan op 2100 meter hoog. Er
ligt geen sneeuw op de weg. We blijken dan nog minstens een half uur te moeten
lopen over een moeizaam stenen pad om de grote stenen hoofden boven op de berg
te zien. We gaan dat niet redden. Er wordt ons aangeboden tegen betaling op een
dikke ezel plaats te nemen, maar daar zien we maar van af. 40 min op de rug van
een ezel zal in elk geval onze rug geen goed doen.
Het uitzicht is wel
fenomenaal. Onderweg terug naar Katha wordt het weer erg slecht maar
Dick maakt mooie foto’s onderweg. We
zijn blij dat we niet op de berg staan met dat noodweer. Maar wel jammer dat we de beelden waar het om
ging niet gezien hebben. Op de camping hangt de was er nat bij en we gaan alles
maar ophangen in de camper. Plotseling breekt er een gevecht uit tussen een
ouder en een jonger iemand vlak voor onze camper. Het geeft niet echt een
prettig gevoel. Er lopen ons ook teveel louche figuren rond op de camping. ’s
Nachts ben ik heel vaal wakker en voel me niet erg prettig op de camping, de
hele nacht auto’s en stemmen. Mijn verbeelding gaat een beetje met de op de
loop, maar ik weet niet of ik er zo erg naast zit(???????)
23 april
We vertrekken vrij vroeg met een 5 centimeter dikke
modderlaag onder onze schoenen en nadat we 10 lira hebben betaald. Dit is een nationale
feestdag en kinderdag. We gaan naar(
Sanli) Urfa. Onderweg stoppen we nog bij de Ataturk Dam.
Iedereen hier noemt de stad nog steeds Urfa.
Sanli betekent glorieus en het voorvoegsel kreeg de stad in 1920 door zijn rol
tijdens het verzet tegen de fransen. We zien geen volksdans, ook al doe ik op straat
voor wat ik bedoel(!!!!) Er komt een erg
aardig jong echtpaar met kindje op ons
af. Zij is lerares en ze willen graag
met ons meelopen en voornamelijk haar engels oefenen zoals ze zelf aangeeft.
Mijnheer gaat voor ons allemaal een flesje water halen en we lopen naar het
eerste toeristenburo. Het is gesloten, het volgende 1 ½ km verder is ook
gesloten waarschijnlijk vanwege de nationale feestdag. De lerares hoeft vandaag
ook niet te werken en waarschijnlijk de helft van de bevolking niet.
Het is overvol.
We worden de weg gewezen naar Golbasi en we vinden het. Het is er een drukte
van jewelste, maar heel leuk. Er is een Vijver van Abraham en ook de
geboortegrot van hem, kunnen we aanschouwen. Verder veel grasperken waar
iedereen zit te genieten van de zon en meegenomen eten en drinken. Op de
terugweg gaan we naar de Kapali Carci (
de bazaar) die een onderkomen heeft in Osmaans bouwwerk, we zien ook enkele
oude moskeeën. Om ongeveer 16.30 uur terug bij de camper en rijden de stad weer
uit richting Siverek. Daar aangekomen zien we nergens een restaurantje, waar we
zouden kunnen overnachten alleen twee Koerden (zoals ze zelf vertellen), maar
er is hier niemand die Engels spreekt. We rijden maar verder en komen om 18.30
uur in de grote stad Diyabakir aan ,
waar we niets kunnen vinden om veilig te staan. Alle flats en huizen zijn
omheind met dikke muren , hekken en gesloten poorten met beveiliging. Hoe zou
dat nou komen. Een poort is niet dicht en Dick praat met iemand die in de flat
woont en die weer iemand belt (waarschijnlijk een soort huisbaas) en na veel
vijven en zessen mogen we er staan, wel zo veel mogelijk licht uit en alarm
aan. Lekker buurtje. Om 10.45 uur wordt er op de deur geklopt, ik schrik me een
ongeluk. Dick gaat kijken en het blijkt de meneer van het telefoongesprek te
zijn (Yusuf). Hij komt met tassen vol binnen waarin vlees, sla,komkommer,
citroen, yufka (een soort deeglapjes) , saus, een doos koekjes en 2 gebakjes
zitten.
We zijn helemaal beduusd, want
hij wil er niets voor hebben. We hebben gelukkig zijn adres. Ons idee van een
onveilige buurt is nu verandert in een
aardige buurt met vriendelijke mensen!!!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten