zondag 28 april 2013


 24 april

 


We gaan om 9.30 uur weg en rijden eerst naar een heel grote Migros, waar Dick aan de blog gaat werken. Eerst lukt het niet, maar met behulp van een aardige Turkse meneer die zijn wachtwoord te leen geeft aan Dick is het toch mogelijk contact te maken. Ik ga ondertussen het hypermoderne winkelcentrum in. Ik scoor een leuk shirt voor mezelf  en twee overhemden voor Dick bij Waikiki, een nationale kledingketen. Het is al tegen 12 uur dat ik tegen Dick zeg dat ik toch wel graag de grote oude muren van deze onofficiële hoofdstad van de Koerden wil zien, dus gaan we dwars door deze stad heen, waar we ons prompt vastrijden bij opstaande palen in het wegdek.
Er staat iemand te gebaren dat we terug moeten, totdat hij ziet dat we toeristen zijn en hij komt grijnzend naar ons toe, vertelt dat hij politieagent is en in  maart in Amsterdam was ( Dam   Dam    Dam)    Hij laat ook foto’s zien en hij belt iemand die de palen kan laten zakken met een sleutel. Wij mogen er als enige door.  Ze wijzen ons nog de weg maar dan blijken we toch de goede niet genomen te hebben want we komen bij slagbomen van een heel grote universiteit. De 3  mannen liggen finaal in een deuk en wij op een gegeven moment ook. Eerst moeten we terug, maar dan gaat toch de slagboom open en komen we op een heel ruim  universiteitsterrein met veel faculteiten met daartussen parken.  We komen natuurlijk weer bij een slagboom om er uit te kunnen en die mijnheer  blijkt al ingelicht en we mogen er meteen weer uit. We rijden over een mooie weg met overal weer besneeuwde bergen naar Tatvan aan het Van Golu ( het Vanmeer ) een heel groot meer, 7 keer zo groot als het Meer van Geneve en 400 meter diep.
We overnachten aan de boulevard . We gaan even thee drinken bij een keetje aan de boulevard. We eten de maaltijd die we gisteren hebben gekregen, de smaak is heerlijk , maar de tranen lopen me over de wangen, en ik dacht dat ik nog wel goed tegen scherp eten kan.



25 april

We zitten hier op een hoogte van 1650 meter en het is hier nog winter. Als we net ons eitje hebben gekookt, worden we uitgenodigd voor het ontbijt bij het tentje. Daar zitten al twee mannen en wij moeten aanschuiven.  Er staat Pide (het platte turkse brood ) en olijven , een heerlijke kruidenkaas uit deze streek (otlu peynir) 
 
komkommer, tomaten en natuurlijk  de onafscheidelijke thee. En daar zitten we dan met Ilhan, Nuri en Burhan te eten met op de achtergrond koeien op de boulevard  en een prachtige besneeuwde berg aan het meer. Onderweg langs het meer zien we een prachtige moskee ( de Adabag Camii), die er oud uitziet maar het niet is. We gaan hem ook even bezichtigen. Op een gegeven moment gaan we de weg af naar het meer. Bij een heel groot weiland zien we van alles bewegen, het blijken tientallen nieuwsgierige  hamstertjes of marmotjes te zijn.
Het is zo grappig. Dick kan er foto’s van maken. Het is jammer dat het te koud is om buiten te zitten, want het is hier maar rond de 10 graden. We hebben overigens in heel Turkije nog maar twee campers gezien(!!!)  We komen aan in Ercis en gaan daar nog even brood en sinaasappelen (grote!!!!!!) kopen en vinden even buiten het stadje een plek aan het meer  met bankjes etc. In de verre omtrek is er geen camping te vinden.


26 april

Heerlijk geslapen. Dick gaat zijn voeten wassen in het zoute en alkalische water van het Vanmeer en ik ga mijn schoenen reinigen (dikke laag modder) . Daarna gaan we nog even de wijnflessen vullen met wijn uit de laatste pakken. Om 11.30 uur rijden we weg , het is iets minder koud als gisterenochtend. Iets voorbij Muradiye ziet Dick een bordje met Waterfall en we gaan kijken. Reuze spectaculair en echt de moeite waard. 
Onderweg op de prachtige ruime weg die steeds hoger gaat tot 2600 meter zien we veel besneeuwde bergen en lavastenen.  Ik ga de lunch klaar maken en Dick gaat even een stukje lopen. Hij komt terug met foto’s van een poolvos je. Het is hier heel bijzonder. Er groeien krokussen naast de sneeuw. We zien veel militairen omdat we vlak langs de Iraanse grens rijden. We denken dat ze niet mogen zwaaien, maar ze lachen wel naar ons. We worden nog steeds door iedereen enthousiast bejegend. Bij de stad Dogubayazit kunnen we eerst Camping Murat niet vinden , maar uiteindelijk lukt het wel.  Als Dick  de camping op wil draaien, valt zowel de motor als ook de rem- en stuurbekrachtiging weg. We hebben hetzelfde al een keer gehad in Roemenië, maar er staan onmiddellijk 5 turken te sjorren aan de motorkap.  Het is niet nodig, want na enkele minuten  start hij vanzelf weer. Ik vind het wel eng. De Camping blijkt een parkeerterrein met grint en elektriciteit. Hier geen WIFI want we zitten teveel tussen de bergen. We gaan eten bij Murat en aangezien ze in Turkije vaak geen menukaart hebben  wijzen we maar iets aan. De kip is lekker, het brood ook, een saus met dille en de salade (niet besteld)  is ook wel goed, maar het is zo koud in het restaurant dat we niet weten hoe snel we weer naar de camper moeten komen. In het restaurant is alleen een gewone wc, de rest is hurk.  Ik ga heel vroeg naar bed (21.30 uur) , maar wordt tegen 12.00 uur wakker door heel hard gebons op deur en ramen. (dronken lolbroeken). Het duurt weer heel lang voordat ik slaap. Er zijn veel blaffende zwerfhonden op het terrein. De imam houdt zich rustig.

27 april

Het weer is prachtig als we opstaan, ik ga toch douchen in de camper want zowel wc  als douche zijn zo smerig. Nog even in de zon gezeten en dan gaan we weg. We rekenen maar 10 lira ( €4.50) af en dat is ook wel genoeg. Om 11.30uur vertrekken we  naar de Ishak Pasha Sarayi.
We betalen 10 lira en kunnen daarvoor het hele zandstenen paleis bezichtigen. Het is ongeveer eind 18de eeuw gebouwd en heeft veel verschillende invloeden.   Er zijn haremkamers, mannen verblijven, een moskee, een bilbiotheek en een keuken. Als ik denk dat  Dick is omgekomen in de haremvertrekken komt hij toch boven water.
We hebben vanaf  hier een prachtig  gezicht op de hoogste berg van Turkije de Agri Dagi.( 5437 km.)   En daarachter de vulkaan de Ararat, die net over de grens van Iran ligt.
We slaan de richting van de Iraanse grens in en zien na 20 km. een onafzienbare rij vrachtauto’s ,
wij mogen ze passeren. Aangekomen bij de grens zien we tientallen ambulances met een sticker 19 t/m 29 april. Aid Convoy from UK to  ???  Ik vraag het aan iemand en ze blijken naar de pakistaanse  grens te gaan.  We vragen of we de grens over mogen, maar dat mag niet zonder visum en dat kunnen we alleen halen in Erzurum (200 km. ver) en ook Iraans geld hebben we niet en dat is ook een vereiste.  Iedereen is alleraardigst en behulpzaam, maar ze krijgen het niet voor elkaar.   We hebben toch met onze paspoorten even gelopen op Iraans  grondgebied.  Onderweg terug denken we een rustig plekje in de zon te hebben gevonden, maar uit het niets duiken weer kinderen op die eerst mijn zonnebril willen hebben en daarna proberen mee te “lezen” uit mijn tijdschrift. Dan komt er nog een vrouw met een kind aan en die wil geld hebben voor de tandarts en ook Dick zijn schoenen zijn erg in trek. Als we kijken waar ze wonen kunnen we het wel enigszins begrijpen. Hutjes met plastic i.p.v. een dak en dat op 1600 meter. Door Igdir richting Armeense grens komen we in het dorpje Karakolunyu, zoeken een plek en komen terecht bij de Jandarma ( iets tussen politie en leger)  Na veel overleg mogen we aan de overkant van de poorten en muren gaan staan. Na het eten wordt er weer geklopt en er staan 20 mensen voor de deur of we  thee willen. Nu hebben we het afgewimpeld. De kinderen uit de buurt blijven vervelend roepen en bonzen op de camper. Om 20.30uur hebben we er genoeg van en rijden terug  naar Igdir. We komen uiteindelijk bij het ziekenhuis terecht  en daar mogen we op het parkeerterrein staan.


 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten